De herfst is een van de mooiste seizoenen om te fotograferen. De bladeren veranderen van kleur, het licht wordt zachter en mist, regen en laagstaande zon kunnen voor een bijzondere sfeer zorgen. Je hoeft bovendien geen dure camera of uitgebreide collectie objectieven te hebben om mooie herfstfoto's te maken.
In dit artikel lees je wat je in de herfst kunt fotograferen, welke apparatuur handig is en welke camera-instellingen je kunt gebruiken.
Wat kun je fotograferen in de herfst?
De herfst biedt veel verschillende onderwerpen. Kijk niet alleen naar het grote landschap, maar probeer ook kleine details te ontdekken.
1. Herfstlandschappen
Bossen, parken, heidevelden en duinen zijn prachtige onderwerpen. Vooral wanneer de bomen verschillende kleuren hebben, ontstaat er veel variatie in je beeld.
Probeer bij een landschap niet alleen recht vooruit te fotograferen. Zoek naar een interessante voorgrond, bijvoorbeeld een pad, bladeren, boomstronken of een beekje. Daarmee krijgt je foto meer diepte.
Tip: fotografeer eens vanuit een laag standpunt. Door dichter bij de grond te komen, kunnen bladeren op de voorgrond een mooie omlijsting vormen.
2. Kleurrijke bladeren
Je hoeft niet altijd een compleet landschap te fotograferen. Een enkele boom met felgekleurde bladeren kan al een prachtig onderwerp zijn.
Let op kleurcontrasten. Gele en oranje bladeren komen bijvoorbeeld mooi uit tegen een donkere achtergrond of een blauwe lucht.
Je kunt ook een gevallen blad fotograferen. Leg het bijvoorbeeld op een natte boomstronk of tussen andere bladeren en zoek naar een rustige achtergrond.
3. Paddenstoelen
De herfst is hét seizoen voor paddenstoelen. Ze zijn ideaal voor close-ups en macrofotografie.
Ga eens door je knieën of leg de camera bijna op de grond. Vanuit dit lage standpunt krijgt een kleine paddenstoel ineens veel meer betekenis.
Let bij paddenstoelen vooral op de achtergrond. Een rustige, onscherpe achtergrond zorgt ervoor dat alle aandacht naar het onderwerp gaat.
4. Mist
Mist kan een gewone omgeving veranderen in een mysterieuze foto. Bomen, bruggen, fietspaden en landschappen zijn geschikte onderwerpen.
Bij mist werkt een eenvoudige compositie vaak het beste. Zoek bijvoorbeeld naar een rij bomen die langzaam in de mist verdwijnt.
Tip: controleer regelmatig je belichting. Een camera kan een mistige, lichte omgeving soms te donker proberen te maken. Maak eventueel een iets lichtere belichting dan de camera automatisch kiest.
5. Regen en natte bladeren
Regen hoeft geen reden te zijn om je camera thuis te laten. Juist na een regenbui zijn er interessante foto's te maken.
Waterdruppels op bladeren, reflecties in plassen en glanzende straten kunnen prachtige beelden opleveren.
Let wel goed op de bescherming van je camera. Niet iedere camera en lens is volledig bestand tegen regen.
6. Herfstdetails
Kijk ook eens naar kleine details:
dauwdruppels;
spinnenwebben;
mos;
boomschors;
gekleurde bladeren;
kastanjes en eikels;
paddenstoelen;
bessen;
herfstbloemen.
Door bewust op details te letten, ontdek je vaak onderwerpen die je tijdens een wandeling anders zou missen.

Welke apparatuur heb je nodig?
Voor herfstfotografie heb je geen enorme hoeveelheid apparatuur nodig. Met een camera en één goede lens kun je al heel veel doen.
Camera
Een spiegelreflexcamera, systeemcamera of zelfs een goede smartphone is geschikt voor herfstfotografie.
Gebruik je een camera met verwisselbare lenzen, dan is een standaardzoomlens bijvoorbeeld een uitstekende keuze. Een lens zoals 24-70 mm of 18-55 mm geeft je voldoende mogelijkheden voor landschappen, bomen en details.
Groothoeklens
Voor uitgestrekte landschappen kan een groothoeklens handig zijn. Hiermee krijg je veel van de omgeving in beeld.
Een groothoeklens is vooral interessant wanneer je een sterke voorgrond hebt, bijvoorbeeld een pad met herfstbladeren dat naar een bos leidt.
Telelens
Een telelens is niet noodzakelijk, maar kan handig zijn om details uit de omgeving te halen. Je kunt bijvoorbeeld een kleurrijke boom isoleren van de rest van het landschap.
Ook kun je met een langere brandpuntsafstand de achtergrond visueel dichter naar je onderwerp toe halen.
Macrolens
Wie graag paddenstoelen, bladeren en kleine details fotografeert, kan veel plezier hebben van een macrolens.
Een macrolens is echter geen vereiste. Met een standaardlens kun je vaak al verrassend dichtbij komen.
Statief
Een statief is vooral handig wanneer je bij weinig licht fotografeert of langere sluitertijden gebruikt.
Bijvoorbeeld bij een landschap in de vroege ochtend kun je met een statief een langere sluitertijd gebruiken zonder dat je foto bewogen wordt.
Een statief is daarnaast handig als je bewust heel nauwkeurig je compositie wilt bepalen.
Polarisatiefilter
Een polarisatiefilter kan interessant zijn voor landschapsfotografie. Het kan reflecties op bladeren en water verminderen en onder bepaalde omstandigheden kleuren en contrast versterken.
Het is echter geen noodzakelijk onderdeel van je uitrusting als je net begint.
Regenhoes
Fotografeer je regelmatig in de herfst, dan is enige bescherming tegen regen verstandig. Een eenvoudige regenhoes voor je camera kan daarbij nuttig zijn.
Heb je geen regenhoes bij je? Een plastic zak kan in een noodgeval helpen, maar zorg ervoor dat de bediening en lensopening goed beschermd blijven.
Welke camera-instellingen kun je gebruiken?
Er bestaat niet één perfecte instelling voor herfstfotografie. De juiste instellingen hangen af van wat je fotografeert en hoeveel licht er is.
Voor beginners is het handig om vooral met diafragma, sluitertijd en ISO te leren werken.
Landschappen: begin met f/8
Voor een landschap wil je meestal dat zowel de voorgrond als de achtergrond redelijk scherp zijn.
Een goed startpunt is:
Diafragma: f/8 tot f/11
ISO: 100 of 200
Sluitertijd: afhankelijk van het licht
Autofocus: enkelvoudige autofocus of een vergelijkbare instelling
Bestandsformaat: RAW als je foto's later wilt bewerken
Op een zonnige herfstdag kan ISO 100 een mooie keuze zijn. Wordt het donkerder, dan kan de camera een langere sluitertijd gebruiken.
Gebruik je een statief, dan is een langere sluitertijd geen probleem zolang je onderwerp zelf niet beweegt.
Paddenstoelen en details: gebruik een groot diafragma
Bij een paddenstoel of ander klein onderwerp wil je soms juist een onscherpe achtergrond.
Gebruik bijvoorbeeld:
Diafragma: f/2.8 tot f/5.6
ISO: 100–800, afhankelijk van het licht
Sluitertijd: minimaal ongeveer 1/125 seconde uit de hand
Autofocus: richt op het belangrijkste deel van je onderwerp
Een laag f-getal, zoals f/2.8, zorgt voor een kleinere scherptediepte. Daardoor wordt een groter deel van de achtergrond onscherp.
Let wel op dat je onderwerp zelf niet helemaal scherp is als je extreem dicht bij het onderwerp fotografeert. Stel daarom zorgvuldig scherp.
Kleurrijke bladeren: let op je sluitertijd
Bladeren bewegen snel wanneer er wind staat. Gebruik daarom bij voorkeur een voldoende korte sluitertijd.
Een goed startpunt is bijvoorbeeld:
Diafragma: f/4 tot f/8
Sluitertijd: 1/250 seconde of sneller bij bewegende bladeren
ISO: zo laag mogelijk, maar verhoog deze als dat nodig is
Een iets hogere ISO is vaak beter dan een foto die door bewegende bladeren onscherp is geworden.
Mist: controleer je belichting
Mistige omstandigheden kunnen je lichtmeting in de war brengen. De camera ziet veel lichte tinten en kan daardoor proberen de foto donkerder te maken.
Controleer daarom na het maken van een foto het beeld op je scherm en kijk eventueel naar het histogram.
Is de foto duidelijk te donker? Gebruik dan belichtingscompensatie en probeer bijvoorbeeld +1 EV.
Het precieze getal hangt af van de situatie. Kijk vooral naar het resultaat.

Welke ISO moet je gebruiken?
ISO bepaalt hoe gevoelig je camera is voor licht.
Een eenvoudige vuistregel:
ISO 100–200: veel licht en maximale beeldkwaliteit.
ISO 400–800: minder licht of wanneer je een kortere sluitertijd nodig hebt.
ISO 1600 en hoger: donkere omstandigheden, bijvoorbeeld een bos aan het einde van de dag.
Een hogere ISO kan meer ruis veroorzaken. Moderne camera's kunnen echter prima foto's maken bij hogere ISO-waarden.
Probeer daarom niet koste wat kost ISO 100 te gebruiken. Een scherpe foto met ISO 800 is meestal beter dan een bewogen foto met ISO 100.
Gebruik het licht in je voordeel
Het licht is minstens zo belangrijk als je apparatuur.
Ochtendlicht
Vroeg in de ochtend kan het licht zacht en warm zijn. Bovendien heb je kans op mist en dauw.
Dat maakt de vroege ochtend bijzonder geschikt voor herfstfotografie.
Avondlicht
Ook het laatste licht van de dag kan mooi zijn. De laagstaande zon kan bladeren warm laten oplichten.
Probeer eens tegen de zon in te fotograferen. Je kunt daardoor mooie lichtvlekken en silhouetten krijgen.
Bewolkt weer
Veel fotografen denken dat een zonnige dag het beste weer is om foto's te maken. Voor herfstfotografie kan bewolking echter juist ideaal zijn.
Wolken maken het licht zachter. Daardoor ontstaan minder harde schaduwen en zijn kleuren vaak rustig en gelijkmatig.
Een bewolkte herfstdag is dus absoluut geen verloren fotodag.
Fotografeer in RAW
Als je camera RAW ondersteunt, is het verstandig om dit bestandsformaat te gebruiken wanneer je foto's later wilt bewerken.
Een RAW-bestand bevat meer beeldinformatie dan een JPEG. Daardoor kun je achteraf bijvoorbeeld de belichting, schaduwen, hooglichten en witbalans beter aanpassen.
Voor beginners kan RAW in het begin wat ingewikkeld lijken, maar het biedt veel mogelijkheden wanneer je foto's later wilt verbeteren.
Denk aan je compositie
Een goede camera en perfecte instellingen maken niet automatisch een goede foto. De compositie is minstens zo belangrijk.
Probeer bijvoorbeeld de regel van derden te gebruiken. Hierbij plaats je het belangrijkste onderwerp niet precies in het midden, maar ongeveer op een derde van het beeld.
Ook lijnen kunnen je foto sterker maken. Een wandelpad, sloot of rij bomen kan de aandacht van de kijker naar het onderwerp leiden.
En vergeet vooral niet om je standpunt te veranderen.
Maak dezelfde foto eens:
staand;
gehurkt;
liggend;
vanaf een hoger standpunt;
dichter bij het onderwerp;
verder van het onderwerp.
Een paar stappen naar links of rechts kunnen een foto compleet veranderen.

Een handige basisinstelling voor een herfstwandeling
Wil je tijdens een wandeling niet voortdurend aan je instellingen zitten? Begin dan met deze combinatie:
Voor een landschap:
Diafragma: f/8
ISO: 100–400
Sluitertijd: afhankelijk van het licht
Witbalans: Auto
Fotografeer bij voorkeur in RAW
Voor paddenstoelen en details:
Diafragma: f/2.8–f/5.6
ISO: 100–800
Sluitertijd: 1/125 seconde of sneller
Focus op het belangrijkste detail
Voor bewegende bladeren:
Sluitertijd: 1/250 seconde of sneller
Diafragma: f/4–f/8
ISO verhogen als dat nodig is
Dit zijn startpunten, geen vaste regels. Kijk naar het licht en pas je instellingen daarop aan.
Vergeet je statief niet bij weinig licht
In de herfst wordt het relatief vroeg donker. Daardoor zul je vaker met langere sluitertijden werken.
Zonder statief kan een sluitertijd van bijvoorbeeld 1/10 seconde al snel voor bewegingsonscherpte zorgen wanneer je uit de hand fotografeert.
Zet je camera op een statief en gebruik eventueel een zelfontspanner van twee seconden. Zo voorkom je dat de camera beweegt wanneer je de ontspanknop indrukt.
Let wel op: een statief voorkomt beweging van de camera, maar niet van bewegende bladeren of takken. Bij wind heb je dus nog steeds een voldoende korte sluitertijd nodig.
Controleer je foto's tijdens het fotograferen
Het scherm van je camera kan soms een misleidend beeld geven. Controleer daarom regelmatig je foto's.
Let vooral op:
Is het belangrijkste onderwerp scherp?
Is de foto niet te donker of te licht?
Zijn er geen belangrijke delen van de foto uitgebeten wit?
Is de compositie interessant?
Maak gerust meerdere foto's met verschillende instellingen. Digitale fotografie geeft je de mogelijkheid om te experimenteren zonder dat iedere gemaakte foto geld kost.
Neem de tijd
Een van de beste tips voor herfstfotografie is misschien wel de eenvoudigste: haast je niet.
Loop niet alleen door een bos op zoek naar "de perfecte foto". Kijk rustig om je heen. Let op licht, kleuren, patronen en details.
Soms is een klein paddenstoeltje tussen het mos interessanter dan het grote herfstlandschap.
En soms hoef je alleen maar tien minuten te wachten totdat de zon door de wolken breekt.
Tot slot
p>
Voor mooie herfstfoto's heb je geen dure camera nodig. Een eenvoudige camera met een standaardlens is al voldoende om prachtige beelden te maken.
Begin met onderwerpen die je aanspreken en experimenteer met je instellingen. Gebruik voor landschappen bijvoorbeeld f/8, houd je ISO zo laag mogelijk en let bij bewegende bladeren op een voldoende korte sluitertijd. Voor details en paddenstoelen kun je juist een groter diafragma gebruiken om de achtergrond onscherp te maken.
Het belangrijkste is uiteindelijk niet welke camera je gebruikt, maar hoe je naar je omgeving kijkt. De herfst geeft je volop mogelijkheden: van kleurrijke landschappen en mistige bossen tot kleine paddenstoelen, dauwdruppels en bladeren.
Dus trek je jas aan, pak je camera en ga naar buiten. De herfst wacht niet.
